Geeft de EU de doodsteek aan telefonische marketing?

Steeds meer regels die het dagelijks reilen en zeilen van onze organisaties en ondernemingen bepalen ontstaan in Brussel. Waar er bij een EU-richtlijn nog de nodige vrijheid geboden wordt aan de lidstaten om de wetgeving enigszins aan te passen aan de nationale regelgeving, biedt een Europese verordening deze speelruimte niet en dient deze een op een overgenomen te worden. Wij zien hierbij een trend waarbij Brussel met name verordeningen uitschrijft en steeds minder richtlijnen. Ook wanneer een bestaande richtlijn herzien moet worden, wordt van de gelegenheid gebruikt gemaakt om van de richtlijn een verordening te maken. Dit is ook het geval met de zogenaamde ‘e-Privacy’ richtlijn (richtlijn betreffende privacy en elektronische communicatie).

Patrick Gibbels

Of het nu gaat om NGO’s, het onderwijs of het bedrijfsleven, veel organisaties zijn afhankelijk van externe klanten- en fondsenwerving. Deze manier van acquisitie is tijdens de huidige gezondheidscrisis wellicht nog relevanter geworden. COVID-19 en de vele beperkingen die daarmee gepaard gaan, hebben de manieren waarop wij klanten kunnen bereiken aanzienlijk beperkt. Live-evenementen zijn onder de huidige omstandigheden in veel delen van Europa moeilijk te organiseren, bezoekersattracties en openbare fondsen- en klantenwerving zijn nog steeds beperkt. Wij hebben in ieder geval de telefoon nog, toch? Nou, misschien niet.

De EU treedt al een tijd hard op tegen privacyschendingen in een poging haar burgers te beschermen tegen gegevensmisbruik. Wij kennen de Algemene Verordening Gegevensbescherming (AVG) inmiddels allemaal en de meesten van ons begrijpen hoe deze de consumentenrechten beschermt, maar ook hoe beperkend deze kan zijn met betrekking tot het verzamelen van belangrijke gegevens en het bereiken van (potentiële) klanten. Hoewel de EU vooral de internetreuzen wilde aanpakken, waarvan bekend is dat ze gegevens van burgers verzamelen en doorverkopen, ondervinden veel andere en kleinere spelers nevenschade.

De e-Privacy Verordening heeft op Europees niveau jarenlang in een impasse gezeten omdat de lidstaten het binnen de Europese Raad niet eens konden worden. In de tweede helft van vorig jaar kwam er echter opnieuw beweging in het dossier en lijken de instellingen nu dichter bij een akkoord te komen. De Raad heeft twee amendementen voorgesteld op het voorstel van de Europese Commissie die telefonische werving erg moeilijk zouden kunnen maken.

Artikel 16 bepaalt dat organisaties die zich bezighouden met telefonische marketing een bepaald label en een speciaal telefoonkengetal kunnen krijgen om als zodanig te worden herkend. Om het nog moeilijker te maken, stelt het voorgestelde artikel 14 dat telecomaanbieders gebruikers kunnen aanbieden om alle inkomende oproepen van dergelijke nummers automatisch te blokkeren. Dit zou voorbijgaan aan de expliciete toestemming van individuen om gecontacteerd te worden. Als een klant die ermee heeft ingestemd om gecontacteerd te worden de prefix-blokkering activeert, worden alle oproepen alsnog standaard geblokkeerd, hetgeen klantenwerving en klantenbehoud uiteraard bemoeilijkt.

Persoonlijke gegevens zijn handelswaar geworden en misbruik van deze gegevens door grote online spelers is een reële bedreiging. Het is logisch dat de EU-wetgevers burgers tegen dit soort misbruik in bescherming willen nemen. Maar het toepassen van een algemene en allesomvattende benadering, wat helaas in veel gevallen de modus operandi van de EU lijkt te zijn, kan in dit geval serieuze gevolgen hebben voor veel organisaties en bedrijven.

 

Patrick Gibbels, 30 juni 2021

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Schinkelshoek & Verhoog
  • Smidswater 27
  • 2514 BW Den Haag
  • (070) 820 91 00