Het aftellen is begonnen…

Vanaf woensdagavond is het aftellen begonnen. De gemeentelijke verkiezingen waren niet meer dan een eerste, ruwe peiling voor de steun voor partijen rond Rutte IV. Het zijn de provinciale verkiezingen – over een jaar! – die een echte krachtproef voor de stabiliteit van coalitie en oppositie vormen.

Na de ‘lange, te lange’ kabinetsformatie (in de woorden van premier Mark Rutte) was de uitslag van de gemeenteraadsverkiezingen op voorhand door iedereen aan het Binnenhof al min of meer verdisconteerd. Zowel negatief als positief. In het regeringskamp rekende de VVD op lichte teruggang, het CDA bereidde zich (ook na de afsplitsing van Pieter Omtzigt) voor op een forse tik, D66 verwachtte niet de winst van 2021 helemaal te kunnen vasthouden en de ChristenUnie mikte op een stabiele uitslag. Ook de oppositie rekende zich op voorhand niet rijk. Het kwam te vroeg voor de PvdA om herstel te kunnen begroeten, GroenLinks hield na de forse vooruitgang van vier jaar geleden het hart vast en de SP dekte zich ook al op voorhand in. Ter rechterzijde deed de oppositie op te weinig plekken mee om zich een goed beeld van de krachtsverhoudingen te kunnen vormen.

Jan Schinkelshoek

Per definitie zijn gemeentelijke verkiezingen onbetrouwbare graadmeters. De opkomst is altijd beduidend lager dan bij Kamerverkiezingen. En lokale partijen bepalen al weer sinds jaar en dag het beeld. Dat zijn twee factoren – woensdag meer dan ooit bepalend: nooit stemden zo weinig kiezers voor de gemeenteraad, nooit hebben plaatselijke partijen zo veel zetels behaald – die elke nationale winst- en verliesrekening waardeloos maken.

Het Binnenhof zou het Binnenhof niet zijn als toch een balans werd opgemaakt. De VVD voelde zich na woensdagavond onbedreigd de leidende factor, het CDA legde uit dat het verlies wel meeviel, D66 probeerde de ingecalculeerde tegenvaller te verwerken, de PvdA riep zich (na de sprong voorwaarts in Amsterdam) uit tot grote winnaar en GroenLinks verschool zich achter uiteenlopende resultaten.

Te midden van al dat naar-zich-toe-rekenen, bagatelliseren en vergoelijken ter linker- en ter rechterzijde gaat Rutte IV doen wat het geacht wordt te doen – in het besef, wellicht aangescherpt, dat geen van de partijen, noch in de oppositie, noch binnen de coalitie, erg zeker van d’r zaak kan zijn.

Als de gemeenteraadsverkiezingen iets hebben opgeleverd, is het de wetenschap dat het nog heel wat kanten op kan. Het is onzekerheid troef. Wat als de VVD het een volgende keer zonder Rutte moet doen? Wat als het CDA straks Omtzigt (en de nieuwe boerenpartij) tegenover zich krijgt? Wat met D66 als de glans van Sigrid Kaag regerenderwijs verbleekt? Wat als links zich hervindt? Wat als het al dan niet verzamelde populistische front er voluit tegenaan kan? Wat als…

De echte test volgt over een jaar: bij de verkiezingen voor de provincies, verkiezingen die doorwerken naar het Binnenhof, naar de Eerste Kamer. Het aftellen is begonnen.

 

Jan Schinkelshoek, 17 maart 2022

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

  • Schinkelshoek & Verhoog
  • Smidswater 27
  • 2514 BW Den Haag
  • (070) 820 91 00